Spaans : Nederlands la razón = de reden variado = gevarieerd / afwisselend personal = persoonlijk entenderse = elkaar begrijpen el colega / la colega = de collega acercarse = dichterbij komen el personaje = het personage interesar = interesseren la obra = het (kunst)werk el arquitecto = de architect la arquitecta = de architecte el pintor = de schilder la pintora = de schilderes clásico = klassiek el actor = de acteur la actriz = de actrice el dibujante = de tekenaar la dibujante = de tekenares