Spaans : Nederlands el amigo íntimo = de beste vriend la amiga íntima = de beste vriendin el vecino = de buurman la vecina = de buurvrouw hacer ruído = lawaai maken caerle bien = het goed met hem / haar kunnen vinden ponerse al teléfono = aan de telefoon komen el vaso = het glas prestar = (uit)lenen el cortado = de espresso met een beetje melk el kilo = de kilo el carrito = het karretje la traducción = de vertaling la bolsa = de tas hacer una llamada = een telefoontje plegen en absoluto = helemaal niet cerrar = dichtdoen entrar = binnenkomen saludos a = groeten aan dar un beso = een kus geven