Spaans : Nederlands el producto lácteo = het zuivelproduct el sabor = de smaak manchego = uit La Mancha la omega = de omega el litro = de liter la galleta = het koekje la barra = het stokbrood la magdalena = de madeleine / het cakeje la caja = de doos el berberecho = de kokkel el pack / el paquete = het pak la lata = het blik la docena = het dozijn la manzana = de appel el níspero = de mispel el melocotón = de perzik la unidad = het stuk / de eenheid la droguería = de drogisterij-producten el detergente = het wasmiddel la lejía = het bleekwater el gel de ducha = de douchegel alérgico = allergisch