Spaans : Nederlands ¿A qué hora…? = Hoe laat …? levantarse = opstaan ¿Qué hora es? = hoe laat is het? son las dos = het is twee uur la diferencia = het verschil acostarse = naar bed gaan las dos y cuarto = kwart over twee las dos y media = half drie las tres menos cuarto = kwart voor drie las dos en punto = twee uur precies el club = de club la siesta = de siësta ir de vacaciones = op vakantie gaan la playa = het strand ver películas = films kijken el lunes = de maandag el miércoles = de woensdag el viernes = de vrijdag el domingo = de zondag el octubre = oktober