acordarse mismo la calle
el colegio formar tocar
reunirse el garaje las vacaciones
el compañero la compañera viajar
quedarse todos el instituto
los deberes el vecino la vecina
hablar raro la mudanza
llamarse el nombre el dios
la diosa el momento investigar
cerca el hermano la hermana
el padre el gato / la gata tonto
de straat zelfde zich herinneren
spelen vormen de school
de vakantie de garage bij elkaar komen
reizen de vriendin de vriend
de middelbare school allemaal blijven
de buurvrouw de buurman het huiswerk
de verhuizing raar / apart praten
de god de naam heten
onderzoeken het moment de godin
de zus de broer dichtbij
dom de kat de vader
algo perder buscar
la llave siguiente / próximo venir
merendar por favor el miedo
papá mamá saber
la imaginación la vida los demás
matar alguien la sustancia
el cuerpo la persona muerto
la peña invitar descubrir
el edificio la asignatura el libro
escuchar atento
zoeken verliezen iets
komen volgende de sleutel
de angst alsjeblieft lunchen
weten mama papa
de rest het leven de fantasie
de substantie iemand doden
dood de persoon het lichaam
ontdekken uitnodigen de vriendengroep
het boek het schoolvak het gebouw
oplettend luisteren