Spaans : Nederlands la feria = de jaarmarkt el correo = de e-mail la provincia = de provincie el habitante = de inwoner la plaza = het plein el baile = de dans la iglesia = de kerk bonito = mooi antiguo = antiek natural = natuurlijk genial = geweldig la zona = het gebied el producto = het product típico = typisch regional = regionaal la competición = de wedstrijd deportivo = sport- el bosque = het bos el camino = de weg fantástico = fantastisch los alrededores = de omgeving enviar = opsturen un abrazo = liefs