Spaans : Nederlands el refresco = de frisdrank la comida rápida = het fastfood la actividad física = de lichamelijke inspanning frente a = tegenover la pantalla = het scherm la tableta = de tablet la técnica = de techniek el yoga = de yoga escuchar música = muziek luisteren regularmente = regelmatig el porcentaje = het percentage como mínimo = minimaal el litro = de liter la caloría = de calorie la salud = de gezondheid el movimiento = de beweging controlar = onder controle houden el peso = het gewicht el estrés = de stress mantener = behouden el equilibrio = het evenwicht mental = geestelijk emocional = emotioneel aislar = isoleren el cerebro = de hersenen la fase = de fase suficiente = voldoende relajarse = zich ontspannen estar cansado = moe zijn estar nervioso = zenuwachtig zijn estar sentado = zitten estar tumbado = liggen estar levantado = rechtop staan dirigirse a = zich richten naar estar triste = verdrietig zijn ocurrir = gebeuren la concentración = de concentratie el ojo = het oog la ventana = het raam mover = bewegen el cuello = de nek abrir = openen la luz = het licht adecuado = aangepast el ángulo = de hoek respecto a = ten opzichte van recto = rechtop la dieta = het dieet equilibrado = evenwichtig los productos lácteos = de zuivelproducten recomendar = aanbevelen la respiración = de ademhaling superar = overwinnen la ocasión = het geval fuerte = sterk la energía = de energie andar = lopen un rato = een tijdje ventilar = ventileren