Spaans : Nederlands el ritmo = het ritme la salsa = de salsa el merengue = de merengue la cumbia = de cumbia el origen = de oorsprong discutir = discussiëren la fusión = de samensmelting libre = vrij el jazz = de jazz el canto = de zang originarse = zijn oorsprong hebben seguro = zeker el secreto = het geheim contratar = inhuren privado = privé- el cantaor = de flamencozanger la cantaora = de flamencozangeres reconocido = erkend considerado = beschouwd el género musical = het muzikale genre el esclavo = de slaaf la esclava = de slavin el emigrante = de emigrant la emigrante = de emigrante permanecer = blijven marginal = ondergeschikt el bandoneón = de bandoneon narrar = vertellen duro = hard el compositor = de componist representativo / característico = typerend el acordeón = de accordeon evolucionar = zich geleidelijk ontwikkelen el café = de koffie la actuación = het optreden permitir = toestaan dispuesto = bereid las emociones fuertes = de hevige emoties pasarlo genial = een fantastische tijd hebben estar harto de = genoeg hebben van respirar = ademen el corazón = het hart aburrido = saai deprimido = gedeprimeerd agotado = uitgeput malhumorado = slechtgehumeurd el ratón = de muis