Spaans : Nederlands el cartel = de poster el folleto = de folder la presentación digital = de digitale presentatie complementario = aanvullend la camiseta = het T-shirt el anuncio = de advertentie la encuesta = de enquête el entrenamiento = de training la aptitud = het talent el miembro = het lid la selección = de selectie el nadador = de zwemmer dedicarse = zich wijden la flexibilidad = de lenigheid increíble = ongelooflijk improvisar = improviseren el entrenador = de trainer la secuencia = de reeks entero = geheel realmente = echt el oxígeno = de zuurstof el segundo = de seconde el podio = het podium recoger = ophalen la medalla = de medaille la sensación = het gevoel la idea = het idee el kilo = de kilo extraño = vreemd últimamente = de laatste tijd dormir mal = slecht slapen