Spaans : Nederlands la empanada = het pasteitje la cebolla = de ui las especias = de kruiden hornear = bakken in de oven freír = bakken in olie picante = pikant acompañado = vergezeld la ración = de portie la ensaladilla = het slaatje el pimiento = de paprika el mejillón = de mossel infinito = eindeloos relleno = gevuld el horno = de oven frito = gebakken asado = gebraden hervido = gekookt indígeno = inheems significar = betekenen envuelto = ingepakt consistir en = bestaan uit mezclado = gemengd envolver = inpakken la hoja = het blad el paquete = het pakketje cocer = koken el vapor = de stoom la tortilla = de tortilla parecerse = op elkaar lijken a base de = op basis van batido = geklopt añadir = toevoegen el calabacín = de courgette el alimento = het voedingsmiddel redondo / redondeado = rond plano = plat la plancha = de grill batir = kloppen la receta = het recept acabar de empezar = net begonnen zijn