Spaans : Nederlands el disfraz = de vermomming el juego = het spel la merienda = het tussendoortje la cena = de maaltijd anunciar = aankondigen programar = programmeren la invitaciĆ³n = de uitnodiging la red social = het sociale netwerk el texto = de tekst el cumpleaƱos = de verjaardag la fiesta sorpresa = het verrassingsfeest repartirse = onderling verdelen el permiso = de toestemming dar permiso = toestemming geven limpiar = schoonmaken decorar = versieren encargarse = zorg dragen la nata = de slagroom la vela = de kaars avisar = op de hoogte brengen el regalo = het cadeau las gafas de sol = de zonnebril caro = duur el centro comercial = het winkelcentrum la sorpresa = de verrassing el invitado = de gast esperar = hopen