Spaans : Nederlands la cueva = de grot la costa = de kust el paisaje = het landschap el entorno = de omgeving recorrer = rondreizen preparado = aangelegd practicar = oefenen durar = duren circular = rondrijden pasar por = gaan door la opción = de optie la tapa = de tapa el barco de vela = de zeilboot incluir = bevatten el alquiler = de huur el lago = het meer el valle = de vallei el pescador = de visser la fábrica = de fabriek el taller = de workshop