Spaans : Nederlands breve = kort el informe = het rapport el acceso = de toegang la vacuna = het vaccin el pájaro = de vogel volar = vliegen literario = literair la cárcel = de gevangenis el preso = de gevangene el joven = de jongere el envase = de verpakking cumplir con = voldoen aan la perfección = de perfectie el maratón = de marathon el familiar = het familielid el suceso = de gebeurtenis herido = gewond la explosión = de explosie la seguridad = de veiligheid esperanzador = hoopgevend conmovedor = ontroerend indignante = schandelijk la vergüenza = de schande la medicina = het medicijn el anciano = de bejaarde la competición = de wedstrijd