Spaans : Nederlands el interés = het belang el asunto = de zaak el pensamiento = de gedachte la conciencia = het geweten la religión = de religie proteger = beschermen asegurar = garanderen gratuito = gratis obligatorio = verplicht la minoría = de minderheid directamente = direct el cuidado = de zorg artístico = kunstzinnig respetar = respecteren causar = veroorzaken terrible = verschrikkelijk