Spaans : Nederlands el plató de cine = het filmdecor el bailarín = de danser la bailarina = de danseres el músico = de muzikant el pintor = de schilder la pintora = de schilderes la cámara = de cameraman representar = spelen (rol) el papel = de rol profesionalmente = beroepsmatig el rodaje = het draaien la novela = de roman dedicarse = zich bezighouden met artístico = kunst- interpretar = opvoeren la vocación = de roeping el violín = de viool el reportaje = de reportage