Spaans : Nederlands de joven = toen ik jong was cantar = zingen la peluquería = de kapsalon la canica = de knikker la clínica dental = de tandartspraktijk la clínica = de kliniek dental = tand- menos ... que = minder … dan tanto ... como = even … als malo = slecht enfadado = boos interesante = interessant rico = rijk elegante = chic