Spaans : Nederlands la época = het tijdperk dedicar = besteden opinar = van mening zijn depender de = afhankelijk zijn van demasiado = te veel quitar = afnemen tener razón = gelijk heben la razón = de reden la lectura = het lezen el propósito = het voornemen el consejo = het advies la necesidad = de noodzaak expresar = uitdrukken localizar = vinden