Spaans : Nederlands el contrario = het tegenovergestelde optimista = optimistisch triste = verdrietig alegre = vrolijk sociable = sociaal pesimista = pessimistisch losmellizos = de tweeling travieso = ondeugend sin parar = onophoudelijk parar = ophouden reírse = lachen generoso = gul privado = privé- la revista del corazón = het roddelblad el corazón = het hart alto = lang fuerte = sterk el rugby = het rugby el artista = de kunstenaar la artista = de  kunstenares el carácter = het karakter sonriente = glimlachend el políglota = de meertalige persoon el viajero = reislustig el ciudadano = de burger el puzle = de puzzel