Spaans : Nederlands regalar = cadeau geven la paga = het zakgeld la snotas = de cijfers el beso = de kus el secreto = het geheim devolver = terugbrengen arreglar = repareren elegante = chic riquísimo = overheerlijk la casa del terror = het spookhuis recomendar = aanraden la cámara digital = de digitale camera la cámara = de camera digital = digitaal sacar buenas notas = goede cijfers halen sustituir = vervangen entregar = inleveren