Spaans : Nederlands el ascensor = de lift el auditorio = de concertzaal el bloque = het blok el chalé adosado = het rijtjeshuis la escalera = de trap la fachada = de gevel el portal = het portaal el rascacielos = de wolkenkrabber el chalé independiente = het vrijstaande huis el estadio de fútbol = het voetbalstadion la plaza de toros = de stierenvechtersarena el portero automático = de intercom el teatro de la ópera = de opera destinado a = bestemd voor guardar = bewaren taurino = stieren- unido = verbonden unifamiliar = eengezins- contemplar = aanschouwen curvo = gebogen el metal = het metaal plano = vlak plateado = zilverkleurig subrayar = onderstrepen trasero = achter- el acero = het staal el arquitecto = de architect caracterizarse = gekenmerkt worden central = centraal la cercanía / la proximidad = de nabijheid el contraste = het contrast la escalera mecánica = de roltrap la estructura = de structuur la lámina = de laag majestuoso = majestueus el punto de llegada = het aankomstpunt retorcido = verbogen la ría = de brede riviermond la sensación = de gewaarwording sorprendente = verrassend el tamaño = het formaat el telón de fondo = de achtergrond el titanio = het titanium vanguardista = avant-gardistisch el visitante = de bezoeker arquitectónico = architectonisch de nuevo = opnieuw dentro = binnen encontrar = vinden instalar = installeren el tour = de rondleiding