Spaans : Nederlands musculoso = gespierd a base de = op basis van el pelo cortado a cepillo = gemillimeterd haar abandonar = verlaten ajustado = strak zittend al aire = bloot el amor = de liefde el aprovechamiento = het profijt el aspecto = het uiterlijk el autor = de auteur basado en = gebaseerd op básico = basis- el batido = de shake el complemento = de aanvulling con continuidad = ononderbroken de verdad = echte la depilación = de ontharing engominado = met gel ingesmeerd estricto = strikt el euro = de euro irónico = ironisch llevar una vida = een leven leiden el musculitos / el mazas = de kleerkast objetivo = onpartijdig la pereza = de luiheid la población = de bevolking por eso = daarom profesional = professioneel el sector = de sector el sudor = het zweet descerebrado = hersenloos el aceite = de olie añadir = toevoegen cocer = koken pelar = pellen el pepino = de komkommer el pimiento = de paprika rellenar = opvullen sacar = eruit halen triturar = pureren trocear = in stukjes snijden en trozos = in stukjes el ajo = de knoflook algo de = een beetje van cubrir = bedekken la cucharada = de eetlepel el diente de ajo = de teen knoflook echar = gieten enfriar = afkoelen hervir = aan de kook zijn el huevo relleno = het gevulde ei la mayonesa = de mayonaise el plato del día = de dagschotel la preparación = de bereiding la salsa = de saus el vinagre = de azijn la yema = de eidooier atreverse = durven