Spaans : Nederlands el anillo = de ring las botas = de laarzen los calcetines = de sokken el collar = de halsketting las gafas de sol = de zonnebril los guantes = de handschoenen las medias = de panty los pendientes = de oorbellen el perfume = het parfum las zapatillas de deporte = de sneakers en efectivo = contant ancho = breed / ruim barato = goedkoop la caja = de kassa el mostrador = de toonbank ponerse = aantrekken quitarse = uittrekken sentar bien = goed zitten la tarjeta de crédito = de creditkaart admitir = toestaan atender = bedienen las rebajas = de uitverkoop el adorno = de versiering agujerear = gaten maken in el broche = de gesp la cadera = de heup la chapa = de button la chaqueta de cuero = het leren jasje describir = beschrijven la Edad Media = de middeleeuwen Egipto = Egypte el escote = het décolleté las gafas de pasta = het hoornen brilmontuur hoy en día = vandaag de dag el imperdible = de veiligheidsspeld inimaginable = onvoorstelbaar mágico = magisch la minifalda = de minirok la perla = de parel a la cabeza = aan het hoofd el punk = de punk el Renacimiento = de renaissance la revolución = de revolutie el sastre = de kleermaker sencillo = eenvoudig sofisticado = verfijnd la tela = de stof / de doek la túnica = de tuniek cuidadoso = zorgvuldig el tejido = het weefsel