Spaans : Nederlands al principio = in het begin adornado = versierd Andalucía = Andalusië autorizado = toegestaan el campesino = de boer la campesina = de boerin el cante = de zang la caseta = het huisje el coche de caballos = het rijtuig cuyo = wiens el escote de pico = de V-hals evolucionado = geleidelijk ontwikkeld la faceta = het facet la feria de ganado = de veemarkt el género = het genre el gitano = de zigeuner la gitana = de zigeunerin humilde = bescheiden / nederig el medio de transporte = het vervoermiddel originarse = ontstaan las palmas = het handgeklap Sevilla = Sevilla vestido = gekleed el volante = de ruche en moto = op de motor la compra y venta = de koop en verkoop