el carnet de conducir equivocarse la tecla
ajustar el botón intermitente
la operación seleccionar ordenar
terminar alquilar ir a la universidad
es de noche el contestador lavarse los dientes
terminar de está nublado hay que
tener que mirar un montón
llamar por teléfono llevarse bien con echar la bronca
de toets zich vergissen het rijbewijs
knipperend de knop aanpassen
opruimen selecteren de operatie
naar de universiteit gaan huren afmaken
zijn tanden poetsen het antwoordapparaat het is donker
je moet het is bewolkt klaar zijn met
een hoop kijken moeten
berispen het goed kunnen vinden met telefoneren