Spaans : Nederlands la hostelería = de horeca la justicia = de rechterlijke macht el sector profesional = de beroepsgroep el servicio público = de overheid a tiempo parcial = parttime los demás = de anderen cobrar = salaris ontvangen Empresariales = de bedrijfskunde loco = gek la persona mayor / el anciano = de oudere pertenecer a = horen bij placentero = plezierig por otra parte = aan de andere kant el programador = de programmeur el reponedor = de vakkenvuller tal vez = misschien la tarea doméstica = de huishoudelijke taak el voluntario = de vrijwilliger de edad avanzada = van gevorderde leeftijd atractivo = aantrekkelijk