Spaans : Nederlands de la mano de = van de hand van armado = gewapend la aspiradora = de stofzuiger el buzo = de duiker el calzado = het schoeisel canino = honden- el catador = de proever la cuadrilla = de ploeg curioso = merkwaardig / nieuwsgierig dañado = beschadigd desechar = weggooien la división = de divisie el domicilio = de woning ecológicamente = ecologisch la escoba = de bezem el excremento = het uitwerpsel el golf = het golf el inspector = de inspecteur inusual = ongebruikelijk el limpiador = de schoonmaker la limpiadora = de schoonmaakster la línea de montaje = de lopende band la loción = de lotion la muestra = het proefmonster nevado = besneeuwd la nieve = de sneeuw la pala = het stofblik / de schep la papa = de aardappel pegado = vastgeplakt el portal = de portal el procedimiento = de werkwijze el producto químico = het chemische product la profundidad = de diepte raro = raar / bijzonder rearmar = opnieuw in elkaar zetten recolectar = verzamelen / oogsten recomponer = herstellen reparar = repareren revender = doorverkopen revisar = nakijken el scooter = de scooter supervisar = toezicht houden op una especie de = een soort usual = gebruikelijk el usuario = de gebruiker el vapor = de stoom