Spaans : Nederlands la brújula = het kompas la crema solar = de zonnebrandcrème la linterna = de zaklantaarn la pila = de batterij el repelente de insectos = het middel tegen insecten el saco de dormir = de slaapzak a tope = maximaal olvidarse de = vergeten práctico = praktisch la radiación = de straling el amante = de liefhebber amplio = breed / ruim el barranco = de afgrond el campamento de verano = het zomerkamp la canoa = de kano el descenso = de afdaling encargarse de = op zich nemen encontrarse = zich bevinden el equipamiento = de uitrusting la escalada = het bergbeklimmen etnográfico = volkenkundig la iniciación = de inwijding preferente = voorkeurs- rural = plattelands- traerse = meenemen