Spaans : Nederlands alcanzar = bereiken la cima = de top por precaución = voor de zekerheid conveniente = raadzaam dar el primer paso = de eerste stap zetten la oscuridad = de duisternis ponerse triste = verdrietig worden de acampada = aan het kamperen divertidísimo = supergrappig estupendamente = fantastisch increíble = ongelooflijk la ilusión = het enthousiasme / de illusie a oscuras = in het donker el montañero = de bergbeklimmer