Spaans : Nederlands a propósito = expres ¡Anda! = Goh! ¡Caramba! = Verdorie! ¡Hala! = Vooruit! ¡Oiga! = Luister! / Pardon! ¡Qué vida! = Wat een leven! el brujo = de tovenaar la bruja = de heks el bruto = de bruut la casa de campo = het buitenhuis la cura de reposo = de rustkuur echar una ojeada = een blik werpen embrujado = behekst el esperpento = het wangedrocht el esposo = de echtgenoot la esposa = de echtgenote estar mal de los nervios = zwakke zenuwen hebben la figuración = de verbeelding ser todo oídos = één en al oor zijn el soponcio = de flauwte artesanal = ambachtelijk el ejemplar = het exemplaar la historieta = het stripverhaal jubilado = met pensioen la máquina de escribir = de schrijfmachine las nuevas tecnologías = de nieuwe technologieën ya lo creo = dat geloof ik wel el agente = de agent la aniquilación = de vernietiging el aniversario = het jaarfeest el centenario = het eeuwfeest entretenido = onderhoudend esperado = langverwacht el estreno = de première ingenioso = vernuftig intrépido = onverschrokken la misión = de missie revolucionario = revolutionair salvar = redden