Spaans : Nederlands el acero = het staal el arquitecto = de architect caracterizarse = gekenmerkt worden central = centraal la cercanía = de nabijheid el contraste = het contrast la escalera mecánica = de roltrap la estructura = de structuur la lámina = de laag majestuoso = majestueus el punto de llegada = het aankomstpunt retorcido = verbogen la ría = de brede riviermond la sensación = de gewaarwording sorprendente = verrassend el tamaño = het formaat el telón de fondo = de achtergrond el titanio = het titanium vanguardista = avant-gardistisch el visitante = de bezoeker