Spaans : Nederlands en trozos = in stukjes el ajo = de knoflook algo de = een beetje van cubrir = bedekken la cucharada = de eetlepel el diente de ajo = de teen knoflook echar = gieten enfriar = afkoelen hervir = aan de kook zijn el huevo relleno = het gevulde ei la mayonesa = de mayonaise el plato del día = de dagschotel la preparación = de bereiding la salsa = de saus el vinagre = de azijn la yema = de eidooier