Spaans : Nederlands estar de moda = in de mode zijn estar a la moda = volgens de mode zijn absurdo = absurd apropiado = gepast casualmente = toevallig creativo = creatief decimonónico = negentiende-eeuws el esclavo = de slaaf la esclava = de slavin faltar = ontbreken frágil = breekbaar la herramienta = het stuk gereedschap imponer = opleggen la indumentaria = het kostuum pasado de moda = uit de mode principalmente = hoofdzakelijk reflexionar = nadenken romántico = romantisch social = sociaal la tendencia = de trend