Spaans : Nederlands por lo menos = op zijn minst ¿Qué necesitamos? = Wat hebben we nodig? ¿Quién puede participar? = Wie kan er meedoen? el corrector = de proeflezer elaborar = vervaardigen / uitwerken estar formado de / consistir en = bestaan uit el fin de curso = het einde van het schooljaar el ilustrador = de illustrator el material informático = het digitale materiaal pedir información = om informatie vragen el redactor = de redacteur la redactora = de redactrice la tarea = de taak el tema libre = het vrije onderwerp