Spaans : Nederlands actuar = te werk gaan el campo de trabajo = het zomerkamp el centenar = het honderdtal la clase teórica = de theorieles concentrarse = geconcentreerd zijn el curso de verano = de zomercursus el dinosaurio = de dinosaurus dirigido por = geleid door examinar = onderzoeken fosilizado = versteend general = algemeen la huella = het spoor marroquí = Marokkaans movilizar = in beweging brengen organizado = georganiseerd el rastro = de voetafdruk la restauración = de restauratie el yacimiento = de vindplaats