Spaans : Nederlands con el fin de = om te con el objeto de = met als doel te la oración = de zin la oración final = de bijzin van doel culto = beschaafd desordenar = in de war maken ilegible = onleesbaar impaciente = ongeduldig inculto = onbeschaafd irresponsable = onverantwoordelijk legible = leesbaar paciente = geduldig