Spaans : Nederlands otro/a = ander en = bij barrio = de buurt vecina = de buurvrouw gracias = dank je hacer, haces = doen caro/a = duur barato/a = goedkoop llamarse = heten aquí = hier conocer = kennen generalmente = meestal naturalmente = natuurlijk nuevo/a = nieuw a veces = soms calle = de straat lejano/a = ver dónde = waar sí = wel bienvenido/a = welkom