Spaans : Nederlands ya = al todo = alles siempre = altijd mejoría = beterschap contacto = het contact un poquito = een beetje bien = goed saludo = de groet delicioso = heerlijk dolor de cabeza = de hoofdpijn frío = koud rico = lekker madre = de moeder nunca = nooit encontrarse = ontmoeten malo = slecht con frecuencia = vaak padre = de vader aburrido = vervelend amigo = de vriend amiga = de vriendin calor = warm semana = de week tiempo = het weer enfermo/a = ziek