Spaans : Nederlands crema = de crème cajita = het doosje dinero = het geld suficiente = genoeg salud = de gezondheid su = haar a él = hem tomar = innemen vez = maal comida = de maaltijd medicina = het medicijn difícil = moeilijk noche = de nacht fallecido/a = overleden analgésico = de pijnstiller píldora = de pil receta = het recept mal = slecht tableta = de tablet escalera = de trap caer = vallen comparar = vergelijken terrible = verschrikkelijk ungüento = de zalf cuidado = de zorg