Spaans : Nederlands asustado/a = bang bote = de boot motocicleta = de brommer atreverse = durven ciclista = de fietser peligro = het gevaar peligroso/a = gevaarlijk preferible = liever mayoría = meest entretanto = ondertussen accidente = het ongeluk cruzar = oversteken conducir = rijden fijarse = uitkijken seguro/a = veilig seguridad = de veiligheid avión = het vliegtuig adulto = de volwassene cuidadoso/a = voorzichtig sentirse = zich voelen sencillamente = zomaar