Spaans : Nederlands flor = de bloem ramillete = het boeket casamiento = de bruiloft buzón = de bus proseguir = doorgaan foto = de foto fotógrafo = de fotograaf invitado/a = de gast hotel = het hotel luna de miel = de huwelijksreis peluquero/a = de kapper moderno/a = modern abuela = de oma abuelo = de opa recoger = ophalen traje = het pak anillo = de ring espacio = de ruimte emocionante = spannend ayuntamiento = het stadhuis vestido de novia = de trouwjurk buscar = uitzoeken olvidar = vergeten esperar = verwachten