Spaans : Nederlands cantidad = aantal cancelar = afzeggen médico/a = de arts disponible = bereikbaar conversar = bespreken efecto secundario = bijwerking paperas = de bof carta = de brief consultorio = het consultatiebureau oído = het gehoor crecimiento = de groei informar = informeren juventud = de jeugd sarampión = mazelen inesperado/a = onverwacht derecho = het recht rubéola = rode hond probar = testen ampliamente = uitgebreid vacunación = de vaccinatie aumento = de verhoging enfermero/a = de verpleegkundige alimentación = de voeding jornada laboral = de werkdag enfermedad = de ziekte embarazo = de zwangerschap