Spaans : Nederlands absoluto/a, absolutamente = absoluut pobre = de arm ahorrar en = bezuinigen op ahorro = de bezuiniging asistencia social = de bijstand cajera = de caissière diario/diaria = dagelijks a tiempo completo = fulltime asuntos financieros = de geldzaken consecuencia = het gevolg ingresos = de inkomsten tv por cable = de kabel-tv lujo = luxe desabonarse, darse de baja = opzeggen vista general = het overzicht a tiempo parcial = parttime rico/a = rijk llegar a fin de mes = rondkomen deuda = de schuld tonto/a = stom dentista = de tandarts gastos = de uitgaven gastos fijos = de vaste lasten detergente = het wasmiddel seguro de salud = de zorgverzekering ahorrativo/a = zuinig