Spaans : Nederlands precio (de compra) = het aankoopbedrag pagar a plazos = afbetalen pago a plazos = de afbetaling por ahora = even sofá = het bankstel terminar = beëindigen contrato = het contract parte = het deel parte/fracción = het gedeelte en partes = gespreid cuero/piel = het leer más relajado = lekkerder de cuero = leren recientemente = pas regla = de regel arreglo = de regeling interés = de rente ahorrar = sparen al mismo tiempo = tegelijkertijd firmar = tekenen sobrar = overhouden plazo = de termijn algo así = zoiets