Spaans : Nederlands el protagonista = de hoofdrolspeler el guion = het draaiboek la banda sonora = het geluidsspoor el director = de regisseur el productor = de producent el rodaje = het opnemen la sala = de zaal contener = bevatten el desarrollo = de ontwikkeling representar = opvoeren el personaje = het personage principal = belangrijkst la obra = het werk cinematográfico = film- la parte = het deel registrar = vastleggen aportar = bijdragen el periodo = de periode durante = tijdens llevar a cabo = tot stand brengen la dimensión = de afmeting la fila = de rij el asiento = de zitting a primera vista = op het eerste gezicht el funeral = de begrafenis la pesadilla = de nachtmerrie maldito = vervloekt el alma = de ziel basar en = baseren op el curso = het schooljaar a su vez = op zijn beurt deprimido = terneergeslagen narrar = vertellen rodar = draaien dividir = verdelen desanimado = moedeloos anteriormente = voorheen el ser humano = de mens