Spaans : Nederlands prohibir = verbieden la inmersión = de onderdompeling destinar = bestemmen destinado al efecto = daarvoor bestemd excepto = behalve el perro guía = de blindegeleidehond la disfunción = de beperking visual = visueel el objeto = het voorwerp cortante = scherp punzante = stekend entrañar = met zich meebrengen el peligro = het gevaar la integridad = de persoonlijke veiligheid propio = eigen bucear = duiken deber = moeten introducir = binnenbrengen recinto = het omheinde terrein las urgencias = de eerste hulp la venda = het verband la radiografía = de röntgenfoto el hueso = het bot la sesión = de sessie la rehabilitación = de revalidatie la pastilla = de pil inmovilizar = stilzetten llevar inmovilizado = niet bewegen la muñeca = de pols el baloncesto = het basketbal marearse = duizelig worden / misselijk worden