Spaans : Nederlands la balsa = het vlot el poblador = de kolonist precolombino = precolumbiaans la marea = het getijde la donación = de donatie autóctono = autochtoon indígena = inheems el explorador = de ontdekkingsreiziger el océano = de oceaan concretamente = om precies te zijn solar = zonne- el inca = de Inca antiguamente = vroeger afirmar = bevestigen el propósito = de bedoeling demostrar = aantonen la vía = de weg marítimo = zee- idéntico = identiek la corriente = de stroming el viento = de wind disponer de = beschikken over cierto = zeker el elemento = het element el reloj = de klok el mapa = de kaart financiar = financieren el préstamo = de lening contar con = rekenen op el tronco = de stam el conquistador = de veroveraar el integrante = de deelnemer la tripulación = de bemanning sano = gezond salvo = veilig sano y salvo = gezond en wel relatar = verhalen la peripecia = de lotgevallen filmar = verfilmen el estado = de staat