Spaans : Nederlands el cargador = de oplader el enchufe = de stekker / het stopcontact el teclado = het toetsenbord el microondas = de magnetron el lavaplatos = de afwasmachine la lavadora = de wasmachine el mando a distancia = de afstandsbediening la tableta = de tablet el navegador = het navigatiesysteem la ruta = de route el correo = de e-mail tener algo claro = iets helder hebben