Spaans : Nederlands percibir = waarnemen prestar atención = aandacht besteden interrogar = ondervragen determinar = bepalen el comportamiento = het gedrag el informe = het rapport mencionado = genoemd de cerca = van dichtbij la lejanía = de grote afstand superficial = oppervlakkig el oso polar = de ijsbeer polar = pool- el glaciar = de gletsjer la acumulación = de opstapeling el efecto invernadero = het broeikaseffect la energía nuclear = de kernenergie la energía verde = de groene energie el uranio = het uranium la biomasa = de biomassa perjudicial = schadelijk la conclusión = de conclusie ocurrir = plaatsvinden exprimir = uitpersen masivo = massaal la extinción = het uitsterven explotar = exploiteren la teoría = de theorie