Spaans : Nederlands velar = waken over formar parte de = deel uitmaken van amenazar = bedreigen indefenso = weerloos la cruz = het kruis el suizo = de Zwitser el herido = de gewonde la batalla = de veldslag la finalidad = het doel entusiasta = enthousiast dedicado = toegewijd cualificado = gekwalificeerd el racismo = het racisme tener cabida = ruimte krijgen activamente = actief dedicarse a algo = zich wijden aan secuestrar = ontvoeren el trato = de behandeling el suajili = het Swahili la negociación = de onderhandeling opinar = menen convencido = overtuigd urgente = dringend en consecuencia = daarom someter = onderwerpen la discriminación = de discriminatie desempeñar = vervullen el sueldo = het salaris la problemática = de problematiek la variante = de variant