Spaans : Nederlands la ostra = de oester el champán = de champagne el revuelo = de opschudding sellar el boleto = een officieel lot kopen atónito = onthutst atontado = versuft el empleo = het werk a cuerpo de rey = als God in Frankrijk el castillo = het kasteel impensable = ondenkbaar el millonario = de miljonair ponerse ciego = zich ongans eten la gamba = de gamba la cigala = de Noorse kreeft la chimenea = de schoorsteen la cancha = het sportveld / de piste propuesto = voorgesteld la petición = het verzoek impreso = gedrukt la resolución = de oplossing despedirse = afscheid nemen el importe = het bedrag la aclaración = de verheldering